Vertrouwt de universiteit haar onderzoekers nog?

Liefste unief,

Het is uit. Het was een genoegen om in je schoot op te mogen groeien. Je maakte van mij een onderzoeker en wetenschapper in hart en nieren. Maar nu geef je me niet meer wat ik verlang.

Publicatiedruk, competitie en fraude staan vaak in de schijnwerpers, maar zijn slechts symptomen van je scheefgegroeid beleid. Het goedkope doctoraatsstatuut en het financieringsmodel van de Vlaamse universiteiten hebben geleid tot een verdubbeling van het aantal doctoraten op 10 jaar tijd. Noch het aantal vaste onderzoekers, noch de vraag naar doctors buiten de muren van de universiteit of hogeschool is meegegroeid. Dat creëert niet-ingeloste verwachtingen en frustraties bij een generatie jonge onderzoekers.

Zij die wel een onderzoekscarrière nastreven, krijgen zelden het vertrouwen dat ze verdienen. Na hun doctoraat leggen ze – op een leeftijd waarop velen aan huis en kinderen denken – een zwervend parcours af van tijdelijke projecten, aanstellingen in het buitenland en werkonzekerheid. De gelukkigen vinden na jaren in dat vagevuur een vaste positie als onderzoeker. Anderen hebben gegokt en verloren: naar een 35-jarige academicus is buiten de universiteit nauwelijks vraag.

Vaarwel, liefste unief. Professor zijn zie ik wel zitten, maar professor worden, daar pas ik voor. Ik ruil je in voor een leuk bedrijf dat me wel het vertrouwen geeft dat ik verlang. En vooral: vaarwel, lieve professoren en collega’s. Jullie zijn evengoed slachtoffer van de problemen van de unief. Ons afscheid geeft me een krop in de keel.

Stijn Baken

Postdoctoraal onderzoeker, KU Leuven; voormalig aspirant van het FWO

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Beste universiteit,

In uw schoot, onder onze hoede, schreef Stijn een uitmuntend doctoraat. Zijn omgeving denkt dat een academische carrière voor hem is weggelegd. Waarom is een veelbelovend wetenschapper zo pessimistisch over een opdracht als academicus?

Ieder persoon heeft zijn eigen verhaal. Stijn behaalde geen FWO postdoctoraal mandaat, de traditionele toegangspoort naar een latere aanstelling. Dat kwam niet door na-ijver of vriendjespolitiek, maar was gewoon pech. Bij het FWO heeft de roep om meer transparantie geleid tot dikkere dossiers, meer externe adviseurs en meer indicatoren. De panelleden moeten nu ongeveer veertig cm dossiers lezen en deze op enkele uren behandelen, een stapel zo hoog dat men elkaar niet meer in de ogen kan kijken, laat staan het overzicht bewaren. En hier gaat het dus fout, bij toenemende wanorde stijgt het effect van het toeval.

We hebben een tijdelijke opvang voor dergelijke ongelukken, maar die bood voor Stijn geen soelaas. Het niet halen van het FWO-mandaat was misschien de aanleiding, maar niet de oorzaak van zijn onvrede. Het probleem ligt dus dieper. Waarom is er geen vertrouwen?

Vertrouwen, wonderlijk hoe dat woord toch steeds opduikt. Het kwam te voet, maar het is aan de universiteit al lang te paard vertrokken. Vroeger volgde een decaan beloftevolle talenten uit eigen school op en gaf hen vertrouwen. Die klassieke vorm van headhunting is standaard voor bedrijven, maar is voor een universiteit vandaag taboe. Het is bijna dogmatisch geworden dat externen betere adviseurs zijn dan internen. Een groeiend aantal externe mensen adviseert, maar de gemiddelde kwaliteit van een advies daalt evenredig – een advies dat, jammer genoeg, vaak niet vergelijkend is opgesteld. De eigen omgeving wordt nauwelijks gehoord, uit schrik voor belangenvermenging.

Beste universiteit, u stak zoveel energie en middelen in de selectie van een professor die u daarna nauwelijks vertrouwt. De beslissing over het traject van jonge onderzoekers wordt hoofdzakelijk extern bepaald. Hun eigen professoren kunnen hen nauwelijks steunen. Zoek opnieuw het midden tussen interne en externe adviezen. Snoei in uw interne administratie en in uw wildgroei aan commissies, geef uw eigen mensen ook nog iets om over te beslissen. Externen kunnen misschien adviseren, maar wij kunnen mensen bovendien vertrouwen geven.

Erik Smolders & Roel Merckx

Professoren, KU Leuven, promotor en mentor van Stijn Baken

Advertenties

7 gedachtes over “Vertrouwt de universiteit haar onderzoekers nog?

  1. Fijn en noodzakelijk dat het eens luidop gezegd wordt. Maar met enkel vertrouwen zullen we er ook niet komen, het probleem zit veel dieper dan dat.
    Door de gesloten enveloppefinanciering van de universiteiten in Vlaanderen is de concurrentie tussen de universiteiten in Vlaanderen buiten alle proportie – er moet altijd méér zijn: méér doctorandi, méér onderzoekers, méér publicaties, méér extern geld. Ter plaatse blijven is verliezen, want door de financieringsmechanismen zijn er in Vlaanderen steeds ook verliezers waar er winnaars zijn.

    Liefste Vlaamse regering, misschien moet u, als u zo graag zo veel kwaliteitsvol onderzoek wil, ook voldoende betalen om jonge onderzoekers een schijn van hoop te bieden een carrière binnen het onderzoek uit te kunnen bouwen, bijvoorbeeld door slaagpercentages voor mandaten, beurzen en projecten naar een redelijk niveau op te trekken* en door realistische carrièremogelijkheden te voorzien voor jonge onderzoekers, bijvoorbeeld door het vaste personeelsbestand van de universiteiten uit te breiden.
    En zeker, zéker, door van de gesloten enveloppefinanciering af te stappen. Want meer doen met evenveel kent grenzen. De ratrace die ontstaan is omdat betere resultaten soms leiden tot minder geld, omdat een ander nóg beter doet, moet dringend ophouden.
    Door dit kromme systeem leert de nieuwe generatie academici de foute skills om aan goed onderzoek te doen, en wordt ze keihard afgerekend op de foute criteria. Dat leidt niet enkel tot bitter cynisme bij jonge academici, maar ook tot een ongezien niveau van stress, depressies en burn-outs.
    Een strategie van de verbrande aarde zal Vlaanderen niet bij de wereldtop brengen wat onderzoek betreft.

    *(Zo zullen uw onderzoekers wellicht niet meer de helft of meer van hun tijd verdoen met het schrijven van projecten waar iedereen het over eens is dat ze top zijn, maar die niet bij de “beste” 2, of 10, of 20, of 30 procent behoren.)

    Liked by 1 persoon

  2. Dit is natuurlijk geen alleenstaand geval. Enkele jaren geleden zei een postdoctoraal onderzoeker me, “Het carrierepad om professor te worden is gewoonweg niet aantrekkelijk meer.” Hij had wel een aanstelling aan een Vlaamse universiteit gekregen na zijn fwo-postdoc, maar heeft die geweigerd na de onrealistische hoge eisen die aan hem als tenure tracker zouden worden opgelegd.

    De oplossing is niet eenvoudig. Het onderzoeks- en onderwijslandschap is grondig gewijzigd in vergelijking met pakweg 20 jaar geleden. Wat wel vaststaat is wat we als academici elke dag kunnen waarnemen: een ratrace, waarbij jonge mensen zich steeds meer afvragen “waarom?”.

    Like

  3. In het bijzonder aan de KU Leuven maakt men er een sport van om de eigen beloftevolle onderzoekers geen kansen te gunnen, maar eerst het licht buitenshuis op te steken. Ik ken tal van dossiers uit de voorbije tien jaar waar het zo is gegaan: een jonge topper uit eigen huis wordt aan de kant geschoven, en gaat dan elders (in de privé of op een andere universiteit) grote sier maken. Hoe noemen ze dat: snijden in eigen vlees…

    Like

  4. Ik heb 27 jaar geleden exact hetzelfde meegemaakt (ik had zelfs uiteindelijk nog wél een post-doc gekregen, het mocht niet baten). Ik had gehoopt dat er in al die tijd sinds 1988 wat zou zijn veranderd, maar het is er enkel slechter op geworden.

    Like

  5. Als doctor in de wetenschappen (dierkundige wetenschappen, specialisatie humane biologie en biostatistiek), gepromoveerd in 1988 met grootste onderscheiding aan VUB-UA, heb ik 9 jaar van 1980 tot 1989 een parcours afgelegd van 1 jaar BTK, 3 jaar IWONL (jaarlijks te verdedigen, inclusief een solidariteitsactie van verlaging van het beursbedrag ter vermeerdering van het aantal bursalen) 4 jaar assistentenmandaat (aan een andere univ met een andere opdracht), 1 jaar werkloosheid met vrijstelling van stempelcontrole. Velen van mijn tijdsgenoten konden/wilden niet doctoreren omwille van de werkonzekerheid, terwijl ze uitmuntend en geschikt waren voor WO. Voor zover ik weet is maar 1 op 27 medelicentiaatstudenten promotie 1979, prof geworden.

    Eens doctoraat behaald, kwam ik in aanmerking voor een post-doctorale beurs. Maar ik had het voor bekeken en ben in 1989 naar de farmaceutische industrie getrokken omwille van de werk- en inkomenszekerheid. Het was een mooie periode, maar het onafhankelijk denken en doen werd geleidelijk aan een dwingend taboe, en alles richtte zich meer en meer naar het behalen van omzet, winstobjectieven, mergers, het ontwikkelen van blockbusters, ondanks ik gedurende 13 jaar deel uit maakte van het medisch departement van een wereldwijd top 3 bedrijf. Heden is dat zelfde bedrijf lang niet meer een top 10. De overige 11 jaar heb ik gewerkt bij CRO’s (Contract Research Organisations of onderaannemers van de farma en biotech). Daar geldt het objectief, nl. maximale factureerbaarheid maw zorgen dat je besteedde tijd maximaal kan doorgerekend worden naar de klanten. Die klanten stellen zeer scherpe eisen qua kwaliteit (de hoogste) beschikbare tijd en budget (zo laag mogelijk).
    Vrij denken en democratie bestaat nauwelijks in de (Belgisch) bedrijfswereld, tenzij je de hoogste top bereikt, en dan nog want aan de eenzame top moet je aandeelhouders en/of financiers tevreden houden.
    De happy few die terecht komen in een fundamentele onderzoeksafdeling van een bedrijf, moeten/mogen voluit hun beste verstand gebruiken en vrij denken. Maar daar geldt ook een geweldige tijdsdruk. Daar moet de knop van slim zijn en doen altijd aan staan.
    In Vlaanderen geldt nog steeds het probleem van “geen zand in eigen land” en als je een briljant en hoogbegaafd wetenschapper/denker bent in de brede zin van het woord (of getalenteerd muzikant of voetballer , wat ik allemaal niet ben tussen haken 🙂 … Vertrek “oversees” of kies een bedrijf dat gericht is op het ontwikkelen van innovatieve producten met het oog op ecologische verbetering of doorbraak ten goede van het leefbaar voortbestaan van onze blauwe planeet en haar bewoners.

    Like

  6. Het is inderdaad een probleem.

    Nu is dit natuurlijk voor een deel zo, omdat dit beloond wordt. De financiering van een doctoraat is grotendeels extern. Maar zelfs indien de universiteit de beurs zelf betaalt, kan men de eerste jaren op een fiscale vrijstelling rekenen, waardoor het brutoloon dat de universiteit betaalt nauwelijks hoger is dan het netto. Deze doctoraatsstudenten voeren niet enkel hun eigen onderzoek uit, maar worden doorgaans ook ingeschakeld voor andere activiteiten zoals lesgeven, waardoor de universiteit hiervoor minder vastbenoemden moet aanwerven. Sommige departementen, vooral deze waar intensief begeleide practica gegeven worden, zouden het zonder hen erg moeilijk hebben.

    Het hele beleid moedigt dus aan om studenten enkele jaren in dienst te nemen als bijna gratis werkkrachten, en ze vervolgens (wanneer het fiscale gunstregime niet meer van toepassing is) zo snel mogelijk te vervangen door nieuwere en dus goedkopere mensen. Zelfs als dit ten koste gaat van de continuïteit van het onderzoek. Rigide regels i.v.m. financiering hebben trouwens nog andere nadelige effecten op het onderzoek, waardoor een universiteit intern als een soort derde wereld economie functioneert: mensen zijn goedkoop, goede apparatuur is duur. Zo kan het interessanter zijn een student een half jaar te laten knoeien met slechte apparatuur, dan moderne apparatuur aan te schaffen waarmee het werk veel sneller zou kunnen lukken. De machines moeten namelijk vaak door de eigen diensten betaald worden, de beurs van de student, dat is een probleem voor anderen. Maar kom, dat is eigenlijk een ander onderwerp.

    Het is dus logisch dat vele doctors uiteindelijk naar een bedrijf zullen overstappen, en dan blijkt dat men daar doorgaans niet op hooggeschoolde werkkrachten zit te wachten – integendeel! Mijn eigen ervaring met solliciteren (zo’n 120 sollicitaties het afgelopen jaar) leert dat de kans zeer groot is dat men geweigerd wordt voor een functie precies omdat men een doctoraat heeft. Dan krijgt men redenen te horen als “overgekwalificeerd”, of “je zou als een bedreiging voor de positie van anderen gezien worden” – blijkbaar boezemt enige wetenschappelijke kennis nog steeds veel mensen angst in, in deze moderne tijd. Bij de zeldzame bedrijven waar men wel een doctoraat weet te waarderen hoor je dan weer regelmatig dat er voor elke functie een 50-tal kandidaten zijn. Toch een teken dat er een zeker overaanbod is op de arbeidsmarkt?

    Ik moet er wel bij vermelden dat ik geen spijt heb dat ik gedoctoreerd heb. Het was een zeer boeiende en leerzame periode. Maar achteraf blijkt het ook wel een duidelijke minwaarde op de arbeidsmarkt.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s